Vorm

“Vorm is een proces in staat van zijn en wording!”

Vorm is een dynamisch proces; een momentopname in een voortdurende stroom van verandering. Het is een constante herpositionering en vormt een oneindig proces. Elke fysieke vorm komt in de ruimtetijd (4D*)eenmalig voor.
 

GEM Methode – Ton Greten

Het fundamentele onderscheid in de uitvoering wordt bepaald door de waarnemer (5D*)

  • De onbewuste vorm (Machteloosheid): Een beweging die puur als een onbewust automatisme verloopt (het schaap of de slaaf van ingesleten gewoontes). Dit treedt op wanneer iemand een vaste routine volgt; de vorm overkomt de persoon en mist bewuste sturing binnen het leersysteem. Dit proces bezit biologische uniekheid, maar mist actieve beheersing.
  • De bewuste vorm (Autonomie): Het moment waarop de danser of coach vanuit de 5D-laag (het overkoepelende Bewustzijn) de wetmatigheden activeert en dus bewust kiest voor blending of vormbehoud binnen de compositie.

Het lichaam als architectonisch bouwwerk…

Het menselijk lichaam bezit een specifieke structuur. Deze vorm beïnvloedt de fysieke ontwikkeling vanaf de embryonale fase tot het actuele moment in het leven. Het kenmerk van vorm is de voortdurende verandering ervan; die structuur is permanent in beweging. Dit proces is zichtbaar bij een golf in de zee, een vlam, of het menselijk lichaam in actie.
Dansers schilderen figuurlijk met hun ledematen in de driedimensionale ruimte (3D*); hun lichaam is het penseel en de ruimtetijd (4D*) is hun canvas. De opeenvolgende bewegingen vormen lijnen en composities in de lucht.
Binnen de driedimensionale ruimte (3D*) wordt de positionering van het lichaam geanalyseerd aan de hand van drie vaste, geometrische assen:
  • De Verticale as (Hoogte / Lineair)
  • De Horizontale as (Breedte / Lateraal)
  • De Sagittale as (Diepte / Sagittaal*)
Aan deze ruimtelijke banen is geen mening, cultuur of smaak verbonden; het is pure, universele mechanica. Binnen de G.E.M.-methode is de fysieke structuur onderverdeeld in 10 primaire, te analyseren lichaamsdelen om langs deze assen een continue stroom aan vormen te creëren. Deze segmenten worden gedefinieerd in de ruimtetijd (4D*), waarbij de factor tijd wordt toegevoegd aan de drie fysieke assen. Vorm binnen de dans is een levende compositie; een vloeiende opeenvolging van momenten.
Structuur, verkenning en transformatie
Als fundamenteel element van de kunst verwijst Vorm naar de driedimensionale structuur en organisatie van bewegingen en patronen binnen een dans. Deze vorm is te verkennen, ervaren en ontdekken in het lichaamsbewustzijn door moyen van drie tegenstellingen:
  • Singular* versus Composed* (De isolatie van een of meerdere afzonderlijke lichaamsdelen versus de samengestelde beweging van meerdere lichaamsdelen)
  • Geometrisch versus organisch
  • Symmetrisch versus asymmetrisch

Proprioceptie* & Interoceptie*: 

De sturing en bron van de 10 lichaamsdelen

De sturing of bepaling van dit proces vindt plaats via de proprioceptie* het interne lichaamsbewustzijn dat fungeert als het kompas voor de positionering en verplaatsing van de ledematen. Via gerichte proprioceptieve waarneming worden de 10 specifieke lichaamsdelen bewust aangestuurd in de ruimtetijd (4D*).
 
De bron van de doelgerichte, bewuste herhaling komt voort uit de interoceptie* (de innerlijke zintuiglijke waarneming van het voelen). Deze waarneming vormt de fundering om de fysieke action bewust te ervaren. Door proprioceptie and interoceptie gezamenlijk in te zetten, ontstaat het vermogen om die fysieke structuur feitelijk her te positioneren en automatische patronen te doorbreken.
De waarneming en inwerking van Vorm verschuift hierbij van de interne interoceptie* (bewust voelen) naar de exteroceptie* via externe feedbackinstrumenten:
  • De Spiegel: Geeft een directe, tweedimensionale reflectie.
  • De Video / Externe persoon: Registreert de driedimensionale vorm vanuit een specifiek camerapunt of oogpunt.
  • Het Perspectief (Ruimtetijd): Het standpunt van waaruit gekeken wordt, bepaalt hoe de vorm op de toeschouwer, de coach of jezelf inwerkt. Het maakt een fundamenteel verschil of een beweging vanuit een bovenaanzicht (helicopterview), frontaal of vanaf de zijkant wordt bekeken.
Een vorm blijft fysiek constant, maar de waarneming ervan transformeert compleet afhankelijk van de camerapositionering of het oogpunt van de coach. Een bovenaanzicht (helicopterview) legt de geometrische patronen en de verplaatsing over de vloer bloot, terwijl een frontaal aanzicht of een zijaanzicht juist de verticale assen, de hoeken van de 10 lichaamsdelen en de diepte (sagittale as) benadrukt. Het gekozen standpunt bepaalt de feitelijke data die binnenkomt.

Een vorm blijft fysiek constant, maar de waarneming ervan transformeert compleet afhankelijk van de camerapositionering of het oogpunt van de coach. Een bovenaanzicht (helicopterview) legt de geometrische patronen en de verplaatsing over de vloer bloot, terwijl een frontaal aanzicht of een zijaanzicht juist de verticale assen, de hoeken van de 10 lichaamsdelen en de diepte (sagittale as) benadrukt. Het gekozen standpunt bepaalt de feitelijke data die binnenkomt.

 

De Transmissie van Vorm A naar Vorm B: ABABAB

Dit ABABAB-proces is de mechanische motor die zich continu afspeelt binnen de 10 specifieke lichaamsdelen, aangestuurd vanuit de proprioceptie*. Of specifieke lichaamsdelen nu geïsoleerd worden of meerdere onderdelen samengesteld bewegen; elk segment volgt onafhankelijk of gezamenlijk deze opeenvolgende ABABAB-transmissie in de ruimtetijd (4D*). Een onbewuste onderbreking van dit proces veroorzaakt een vormbreuk of een onbewuste tussenvorm.
  • Vorm A (Het Vertrek): Het moment van vertrek van een of meerdere van de 10 lichaamsdelen.
  • Vorm B (De Aankomst): Het punt van aankomst van die specifieke lichaamsdelen.
Zodra de aankomst is bereikt, transformeert de beweging direct door. Vorm B wordt de nieuwe Vorm A voor de volgende actie. Dit creëert een ononderbroken, vloeiende keten van opeenvolgende vormveranderingen binnen de 10 lichaamsdelen.
Zodra de aankomst is bereikt, transformeert de beweging direct door. Vorm B wordt de nieuwe Vorm A voor de volgende actie. Dit creëert een ononderbroken, vloeiende keten van opeenvolgende vormveranderingen binnen de 10 lichaamsdelen.
 
 

De overgang als kunstvorm

Binnen het leersysteem ligt de nadruk op de kwaliteit van de transmissie. Door puur functionele* overgangen bewust uit te sluiten, transformeert de verplaatsing tussen Vorm A en Vorm B van een mechanische noodzakelijkheid naar een creatieve handeling. De overgang zelf wordt hiermee een autonoom kunstwerk.
Dit principe is direct van toepassing op traditionele vormen*, welke vaak voortvloeien uit het louter imiteren van bestaande structuren. De G.E.M.-methode streeft ernaar deze traditionele routines om te buigen naar vooruitstrevende vormen, om zo via het 5D*-bewustzijn creatief met de traditie te kunnen werken. Vanuit deze geïntegreerde beheersing ontstaat de mogelijkheid om uiteindelijk vormloos te handelen, waarbij het creatieve proces een individuele, autonome invulling krijgt.
 

De Variabelen van Transmissie (Transmission)

Tijdens de verplaatsing van Vorm A naar Vorm B (door middel van buigen, strekken en roteren) treden drie mechanische staten op:
  1. Blending (Versmelting): Het proces waarin vormen naadloos in elkaar overlopen door middel van buigen, strekken en roteren.
  2. Form Retention (Vormbehoud): Het behoud van de gekozen structuur (geometrisch of organisch) gedurende de transmissie van Vorm A naar Vorm B.
  3. Form Break (Vormbreuk als Tussenvorm): Een onderbreking van de ABABAB-opeenvolging. Wordt deze onderbreking bewust ingezet, dan fungeert het als een bruikbaar element binnen de methodiek. Gebeurt dit proces onbewust, dan overkomt de tussenvorm de persoon; het proces wordt onbewust onderbroken en de feitelijke sturing ontbreekt, waardoor de beweging in de ruimtetijd strandt.
Het onderzoeken van deze elementen leidt tot een specifieke choreografie. Omdat de structuur onderhevig is aan constante verandering, ontstaat de mogelijkheid tot voortdurende creatie.

Bewuste herhaling en menselijke groei

Gevoed vanuit de interoceptie* biedt bewuste, doelgerichte herhaling die structuur voor transformatie. Het herhaaldelijk fysiek ervaren en analyseren van het ABABAB-proces en de transmissie-variabelen activeert het vermogen om ingesleten, automatische patronen zelfstandig te doorbreken.
 
Binnen de methodiek markeert dit het fundamentele verschil tussen beheersing (autonomie*) en automatisme (machteloosheid). Zonder deze bewuste sturing functioneert het lichaam als een slaaf of schaap van automatische, ingesleten gewoontes. Externe systemen ontwikkelen individuen vaak uitsluitend als volgers. Binnen de G.E.M.-ontwikkeling zijn echter zowel de rol van de volger als die van de creator noodzakelijk. Het eigen maken van de wetmatigheden als volger vormt het fundament om in een latere fase als creator de Vorm autonoom te kunnen manipuleren.
 
Het fundamentele streven van de G.E.M.-methode is dat de individuele danser of coach met dit methodische gereedschap (de terminologie en de context) zelfstandig duurzame autonomie* ontwikkelt op de lange termijn. Transformatie blijft een autonome*, bewuste keuze. De eigen sturing en de bewuste integratie van deze wetmatigheden creëren de ruimte voor diepgaande persoonlijke ontwikkeling. Dit proces faciliteert de mogelijkheid om via persoonlijke keuzes te groeien als mens.
 

* Toelichting op de G.E.M.-begrippen (Definities)

  • 3D (Driedimensionale ruimte): De fysieke ruimte gedefinieerd door de drie meetbare assen: hoogte, breedte en diepte.
  • 4D (Ruimtetijd): De driedimensionale fysieke ruimte uitgebreid met de onomkeerbare factor tijd, waarin elke beweging een eenmalige stroom vormt.
  • 5D (Het overkoepelende Bewustzijn): De oordeelvrije laag van de waarnemer die boven de fysieke ruimtetijd staat en via actieve sturing (proprioceptie en interoceptie) de beweging kan observeren en manipuleren.
  • Sagittaal: De pijlrechte as die het lichaam van voor naar achteren doorsnijdt; oftewel bewegingen in de diepterichting.
  • Singular: De gerichte isolatie of beweging van één afzonderlijk gedefinieerd lichaamsdeel.
  • Composed: Een bewuste, gecomponeerde beweging waarbij meerdere specifieke lichaamsdelen gelijktijdig samengesteld samenwerken.
  • Proprioceptie: Het interne waarnemingsvermogen (spier- en gewrichtszintuig) waarmee de positie, hoeken en bewegingen van de ledematen in de ruimte bewust worden waargenomen en aangestuurd.
  • Interoceptie: Het interne zintuiglijke vermogen om signalen en fysieke sensaties van binnenuit het eigen lichaam (het voelen) bewust te registreren.
  • Exteroceptie: Het zintuiglijke vermogen om prikkels en signalen van buiten het eigen lichaam (zoals via een spiegel, camera of de blik van een extern persoon) bewust waar te nemen en te verwerken.
  • Functioneel: Een alledaagse, louter mechanische verplaatsing van een lichaamsdeel op basis van noodzakelijkheid, zonder creatieve of artistieke intentie. Waar klassieke designsystemen (zoals het Bauhaus-principe) stellen dat de vorm de functie volgt, sluit de G.E.M.-methode de functionele noodzaak juist bewust uit om de overgang te transformeren tot een autonome kunstvorm.
  • Traditionele vormen: Fysieke houdingen en bewegingsreeksen die voortkomen uit bewuste of onbewuste imitatie van reeds bestaande structuren. Binnen G.E.M. dienen deze als basismateriaal om via de 5D-laag te worden omgebogen naar vooruitstrevende creaties.
  • Autonomie: Het vermogen om zelfstandig, onafhankelijk en op basis van bewuste keuzes te handelen, vrij van automatische, ingesleten gewoontes.

Doorbreek je vaste patronen en transformeer je 

Het boek De G.E.M. methode – Dans vanuit een ander perspectief biedt het gereedschap om deze synergie tussen Vorm, Expressie en Dynamiek volledig te doorgronden en te integreren in de uiteindelijke performance.

The GEM

De GEM Methode is een holistische aanpak, gecreëerd en ontwikkelt door Ton Greten. GEM staat voor Greten Equation Movement. Het is gebaseerd op de  wederzijdse en wederkerige relatie tussen drie variabelen. De performance of Vorm, Expressie and Dynamiek gecombineerd resulteren in een bepaalde Persoonlijkheid.

Persoonlijkheid = Vorm + Expressie + Dynamiek; P = V+E+D (V.E.D.)

       Vorm – botten/gewrichten  – ruimte

Scroll naar boven