Welkom bij Lichaamsbewustzijn
De transitie naar lichamelijke zelfstandigheid (somatische autonomie*)
Bij een eerste kennismaking met de GEM Method zijn de specifieke begrippen mogelijk nieuw. De methode gebruikt termen zoals interoceptie* (binnenwaarneming), proprioceptie* (lichaamswaarneming) en de Bewegingsmatrix*. Deze welkomstpagina geeft een overzicht van de belangrijkste begrippen. De tekst introduceert het beginpunt van de training, de opbouw van beweging en de mogelijke lichamelijke (fysiologische*) effecten van oefenen op langere termijn.
De beoefenaar begint met het onderzoeken van de huidige toestand van het lichaam. Binnen de GEM Method wordt dit de lichamelijke baseline* genoemd. Vanuit dit beginpunt onderzoekt de beoefenaar hoe het lichaam informatie waarneemt en welke bewegingsmogelijkheden er zijn. De woordenlijst en legenda* geven uitleg bij de begrippen en bieden aanvullende context tijdens het lezen en oefenen.
De GEM Method biedt een kader om te onderzoeken hoe het lichaam informatie waarneemt, hoe het zenuwstelsel* betrokken is bij het aansturen van beweging en hoe verschillende bewegingsmogelijkheden kunnen worden ontdekt. De beoefenaar begint bij wat het lichaam op dat moment kan waarnemen en registreren.
Een sterretje (*) achter een woord of begrip verwijst naar de woordenlijst, waar aanvullende uitleg en context te vinden zijn.
1. WAT (Het Platform):
De GEM Method is een trainingsmethodiek voor het lichaam (een somatische methodiek*). De methode onderzoekt de wisselwerking tussen het communicatienetwerk (het zenuwstelsel*) en de bewegingen van het lichaam.
Het platform biedt een overzicht van deze samenhang in de Bewegingsmatrix*. Hierin komen de lichaamswaarneming (proprioceptie*) en de mechanische werking van de botten (het skelet*) samen.
Deze onderdelen vormen binnen de GEM Method de basis voor het Bewegingsalfabet*: de elementen waarmee bewegingen oordeelvrij worden opgebouwd en gecombineerd.
2. HOE (Formule & Het Actieplan voor Dag 1):
Stap 1 (De Contactpunt-Check):
Kies een veilige situatie in rust. De beoefenaar sluit ongeveer 10 seconden de ogen (visuele deactivatie*). Dit minimaliseert de binnenkomende zintuiglijke ruis in het hoofdbedieningspaneel (de hersenen*). Door de ogen te sluiten, verandert de informatie die via het zicht binnenkomt. Andere zintuiglijke informatie, zoals druk en contact, blijft beschikbaar.
Stap 2 (De Contactpunten Waarnemen):
Richt de aandacht op de plaatsen waar het lichaam contact maakt met de omgeving of met het eigen lichaam. De beoefenaar registreert bijvoorbeeld de druk van het zitvlak op de stoel, het contact van de voeten met de vloer, of het rusten van een hand op het been. Het doel is de plaats en de druk van ieder contactpunt afzonderlijk waar te nemen.
De Biologische Betekenis:
De oefening richt de aandacht op lichamelijke signalen. Daarbij kan de lichaamswaarneming (proprioceptie*) een rol spelen, naast de waarneming van druk en contactdruk via de huidlichaampjes. Deze systemen werken complementair maar zijn fysiologisch gescheiden. De oefening biedt een eerste mogelijkheid om te onderzoeken wat het lichaam kan waarnemen wanneer de aandacht bewust op deze signalen wordt gericht.
Stap A (De Vorm-Check / 3D):
Onderzoek de huidige Vorm*: de positie en opbouw van de botten in de ruimte. Richt de aandacht op de stand van het skelet en op de gewrichten die kunnen buigen, strekken of roteren (de gewichtsacties*). Onderzoek hoe de lichaamsdelen zich op dat moment ten opzichte van elkaar bevinden. Dit kan met gesloten ogen worden uitgevoerd. Het doel is de huidige Vorm* bewust waar te nemen en innerlijk te visualiseren (het intern registreren*).
Stap B (De Spier-Check / 4D):
Richt de aandacht op de spierspanning (de spiertonus*) in een lichaamsdeel dat men wil onderzoeken, als een afzonderlijk aandachtspunt naast de Vorm*. Kies vervolgens één specifieke spierdynamiek* om de verandering in de tijd te voelen. Binnen het platform gelden drie specifieke GEM-kleurcodes:
🔴 Plotseling (een snelle verandering of impuls).
🟡 Geleidelijk (een verandering die over een bepaalde tijd verloopt).
🔵 Aanhoudend (een spanning die gedurende een bepaalde tijd wordt vastgehouden).
De kleurcodes fungeren hierbij als GEM-classificatie en niet als medische diagnose. Eén waargenomen moment van deze ervaring vormt een lichamelijke gebeurtenis (een event*) [Frontiers in Psychology].
Stap C (Spierdynamiek-blending*):
In deze stap combineert de beoefenaar de driedimensionale gewichtsacties* (3D) met de vierdimensionale spierdynamieken* (4D). Dit combineren vormt de Spierdynamiek-blending*. De aandacht blijft gericht op het bewust waarnemen en uitvoeren van beweging binnen de zones van de 10 Grote Bewegers*. Door deze elementen te combineren, kunnen uiteenlopende bewegingsvormen ontstaan. Dit is een methode om automatische routines bewust te onderzoeken en alternatieve bewegingsmogelijkheden te verkennen, om de lichamelijke zelfstandigheid (somatische autonomie*) te ondersteunen.
3. WANNEER & WAAROM — Leren door herhaling
Wanneer een beoefenaar deze oefening van ongeveer 10 seconden voor het eerst uitvoert, ontstaat er niet automatisch een blijvende verandering. Leren vraagt om herhaling. Eén keer krachttraining leidt bijvoorbeeld niet direct tot zichtbare spiergroei. Ook leert men een muziekinstrument niet bespelen door slechts één toon aan te slaan.
Binnen de GEM Method staat Kwaliteit in Kwantiteit centraal: korte momenten van bewuste waarneming regelmatig herhalen en onderzoeken wat daarbij verandert. De beoefenaar kan deze momenten opnemen in dagelijkse activiteiten, zoals wachten, water drinken of lopen. Door regelmatig te oefenen, krijgt de beoefenaar de gelegenheid om de eigen lichaamswaarneming en bewegingsmogelijkheden verder te onderzoeken.
De GEM Method beschrijft hierbij drie ontwikkellijnen [Bläsing et al., 2012].
Ontwikkellijn 1: De interne landkaart* onderzoeken
De hersenen verwerken informatie over de positie en beweging van lichaamsdelen. Bij deze verwerking is onder andere de somatosensorische cortex* betrokken: een gebied in de hersenschors dat informatie over aanraking en de toestand van het lichaam verwerkt.
Binnen de GEM Method wordt het geheel van deze informatie ook beschreven als de interne landkaart*. Dit is een model om te begrijpen hoe iemand de eigen lichaamsdelen en hun onderlinge posities waarneemt.
Tijdens de contactpunt-check richt de beoefenaar de aandacht op plaatsen waar het lichaam contact maakt met de omgeving of met andere lichaamsdelen. Door dit regelmatig te oefenen, kan de beoefenaar onderzoeken of de waarneming van deze contactpunten, de lichaamshouding en de beweging verandert.
De oefening is een manier om de aandacht voor lichamelijke signalen te trainen. Of en in welke mate dit leidt tot nauwkeurigere waarneming of veranderingen in de coördinatie, kan niet uitsluitend op basis van deze oefening worden vastgesteld [McGlone et al., 2014].
Ontwikkellijn 2: De verwerking van zintuiglijke informatie onderzoeken
De hersenen ontvangen informatie uit verschillende bronnen, waaronder het zicht, het gehoor en signalen uit het lichaam. De thalamus* is een hersenstructuur die een belangrijke rol speelt bij het doorgeven en verwerken van veel soorten zintuiglijke informatie.
Binnen de GEM Method wordt de verwerking van zintuiglijke informatie vergeleken met een filterfunctie*: het onderscheid maken tussen informatie waarop de aandacht wordt gericht en informatie die op dat moment minder aandacht krijgt.
Tijdens de micro-training* richt de beoefenaar de aandacht bewust op een beperkt aantal lichamelijke signalen. Zo kan worden onderzocht hoe de aandacht verandert wanneer het zicht tijdelijk wordt weggenomen en de aandacht naar contact en lichaamswaarneming gaat.
Dit betekent niet dat de thalamus* met deze oefening rechtstreeks wordt ingesteld of dat de hoeveelheid zintuiglijke informatie die de hersenen verwerken aantoonbaar afneemt. Ook kan niet zonder specifiek onderzoek worden geconcludeerd dat deze oefening migraine voorkomt of de stress-baseline* blijvend verlaagt [Saalmann & Kastner, 2011].
Ontwikkellijn 3: De ontwikkeling van somatische autonomie* en embodiment*
Bij de eerste oefeningen kan het bewust waarnemen van de Vorm* en het onderzoeken van spierdynamieken* veel aandacht vragen. Door herhaling kan iemand vertrouwd raken met de oefening en leren lichamelijke signalen tijdens beweging bewuster op te merken.
Binnen de GEM Method verwijst somatische autonomie* naar het vermogen om beweging vanuit de eigen lichamelijke waarneming bewust te onderzoeken en aan te sturen.
Embodiment* verwijst naar de ervaring waarin lichamelijke waarneming, handelen en bewuste aansturing met elkaar samenhangen. Binnen de GEM Method wordt dit begrip gebruikt om te beschrijven hoe waarnemen en bewegen in de ervaring van de beoefenaar samenkomen.
Door de oefeningen te herhalen, kan de beoefenaar onderzoeken welke onderdelen van een beweging geleidelijk minder bewuste aandacht vragen en waar nog gerichte aandacht nodig is. Dit kan ruimte bieden om andere aspecten van bewegen te verkennen, zoals artistieke expressie*, kracht of het uitvoeren van dagelijkse handelingen.
De ontwikkeling verloopt niet bij iedereen hetzelfde. De GEM Method biedt een schema om deze ontwikkeling te onderzoeken. De mate waarin veranderingen optreden, hangt onder meer af van de persoon, de oefening en de omstandigheden [Bläsing et al., 2012].
4. VOOR WIE (De Doelgroep):
Ook voor mensen die de eigen lichaamswaarneming (proprioceptie*) de bewegingscontrole of de balans willen oefenen, kan de GEM Method een praktisch vertrekpunt bieden. Neurologische literatuur beschrijft de tastwaarneming* (de waarneming van druk en contact via de huid) en de proprioceptie* (de waarneming van de stand en beweging van lichaamsdelen) als verschillende, deels samenwerkende sensorische* systemen. Deze systemen leveren verschillende soorten informatie aan het communicatienetwerk (het zenuwstelsel*) [McGlone et al., 2014].
Wetenschappelijke literatuur over specifieke trainingsvormen binnen de proprioceptieve* training laat zien dat gerichte oefeningen bepaalde aspecten van de proprioceptie* en motorische functies kunnen verbeteren. De effecten hangen af van de trainingsopzet, de persoon en de omstandigheden. Deze algemene bevindingen tonen niet automatisch aan dat de GEM Method zelf dezelfde effecten heeft [Winter et al., 2022].
5. HET DOEL (De 5D-Regie):
Het doel van de GEM Method is het ontwikkelen van lichamelijke zelfstandigheid en belichaming (embodiment). De beoefenaar leert de eigen lichaamswaarneming* bewuster te gebruiken om bewegingen in het moment waar te nemen, te sturen en vorm te geven. Proprioceptie* is een specifiek onderdeel van de bredere lichaamswaarneming. Sensorische receptoren in onder andere spieren, pezen en gewrichten leveren informatie over de stand en beweging van de lichaamsdelen.
Binnen de theoretische structuur van het GEM-model vervult De Somatische Regisseur* (5D) de rol van een verklarend sturingsmodel. Dit model overkoepelt de Somatische Driehoek*, die binnen de GEM Method is ontwikkeld om drie vormen van waarneming theoretisch met elkaar te verbinden:
- De binnenwaarneming (interoceptie*), gekoppeld aan de interne energiebron (De Bron*);
- De waarneming van de stand en beweging van de lichaamsdelen (proprioceptie*), gekoppeld aan de actuele Vorm*;
- De waarneming van informatie uit de buitenwereld (exteroceptie*), gekoppeld aan de externe context (De Context*).
Vanuit deze modelmatige samenhang onderzoekt de beoefenaar hoe beweging, waarneming en de omgeving elkaar beïnvloeden en hoe de verschillende bewegingsmogelijkheden in de ruimtetijd* bewust kunnen worden samengesteld en gedoseerd.
Onderzoek naar proprioceptieve training biedt algemene wetenschappelijke achtergrondinformatie over de trainbaarheid van bepaalde aspecten van proprioceptie* en motorische functies. Dit vormt op zichzelf geen bewijs voor de werking of de effectiviteit van de specifieke theoretische modellen binnen de GEM Method [Winter et al., 2022].
6. DE EVOLUTIE (De GEM-Filosofie & De Weg):
Binnen de GEM Method wordt ervan uitgegaan dat er niet één absolute waarheid over beweging bestaat. De methodiek presenteert zich niet als een vaste leer, maar als een gestructureerde weg: De Weg*, met verschillende mogelijkheden en keuzes. Dit biedt de beoefenaar ruimte om zelfstandig keuzes te maken en de eigen bewegingsmogelijkheden te onderzoeken.
De GEM Method vindt haar oorsprong in de danskunst. Vanuit deze artistieke basis is het platform ontwikkeld om de processen van het bewegende lichaam te onderzoeken, te ontleden en te toetsen. Toepassing buiten de danskunst, bijvoorbeeld als aanvullende benadering binnen hersteltrajecten en neurorevalidatie*, vormt een mogelijke uitbreiding van het systeem. De geschiktheid en effecten van de GEM Method binnen neurorevalidatie* zijn niet automatisch aangetoond door de theoretische opbouw van de methode. Publicaties over dans en motorische controle bieden relevante achtergrondinformatie over de samenhang tussen beweging en waarneming, maar vormen op zichzelf geen bewijs voor de effectiviteit van de GEM Method binnen hersteltrajecten [Bläsing et al., 2012].
De beoefenaar kan dans en het Bewegingsalfabet* gebruiken als instrumenten om lichamelijke zelfstandigheid te ervaren en te onderzoeken. Dit is geen voorwaarde om met de GEM Method te werken: de opbouw van de Bewegingsmatrix* biedt ook mogelijkheden om beweging op andere manieren te verkennen.
Het platform vindt historische en theoretische aanknopingspunten in de somatische* disciplines van pioniers zoals Thomas Hanna, Moshé Feldenkrais en Ida Rolf. Hun benaderingen leggen ieder op hun eigen manier verbanden tussen het lichaam, beweging en lichaamswaarneming*. Binnen de neurowetenschappelijke literatuur van Antonio Damasio wordt eveneens de relatie beschreven tussen lichamelijke signalen, de binnenwaarneming (interoceptie*) en het bewustzijn. De specifieke koppeling van deze principes aan De Bron* en De Somatische Regisseur* (5D) vormt een onderdeel van het theoretische GEM-model en wordt niet automatisch door deze literatuur bevestigd [Damasio, 2010].
De GEM Method is een open uitnodiging aan getrainde waarnemers om samen te werken, kennis en ervaringen uit te wisselen en de krachten in de ruimtetijd* te bundelen. Door gezamenlijk te onderzoeken kan de ontwikkeling van somatische autonomie* verder worden verkend.
🌿 De GEM-Visie: Een Somatische* Lifestyle
Binnen de GEM Method beschrijft deze somatische* leefstijl (de Somatische Lifestyle*) een modelmatige visie op gezondheid en expressie*. Deze visie is opgebouwd uit vier specifieke pijlers binnen de Bewegingsmatrix*:
- De machine van het lichaam (de Fysieke Drager):* Het onderzoeken van de basisvoorwaarden, zoals een stabiel slaapritme, voeding als energiebron voor het lichaam (gekoppeld aan de interne energiebron, aangeduid als De Bron*) en krachttraining om de kracht van de weefsels te ondersteunen.
- De Motorische Beheersing (De Sturing): Het dagelijks onderhouden van de mobiliteitstraining*, de biologische coördinatie en de balanstraining om de aandacht voor de eigen interne landkaart* te oefenen. Deze landkaart* fungeert binnen het platform als een vereenvoudigende omschrijving van de verwerking en representatie van lichaamsinformatie in de hersenen*.
- De Dagelijkse Integratie (De Lifestyle): Het regelmatig gebruiken van de micro-trainingen* via de MT-Schakelaar* tijdens de wakkere uren om te oefenen met het registreren en bewust sturen van de spierspanning (de spiertonus*) in het dagelijks leven.
- De Mentale Ruimte (De Rust): Het reflecteren op de processen binnen de ruimtetijd* en het luisteren naar de signalen en grenzen van het eigen lichaam via de binnenwaarneming (interoceptie*).



