interceptie

Exteroceptie

Exteroceptie* (De Context / Richting – Buitenwaarneming*)

Het waarnemen van informatie uit de omgeving

GEM-Kern:
Exteroceptie* (buitenwaarneming*) is het waarnemen van prikkels uit de omgeving via de zintuigen. Dit gebeurt onder meer door te zien, te horen en aanrakingen te voelen. Voorbeelden zijn de beschikbare ruimte, geluiden en muziek, visuele informatie en de aanwezigheid en bewegingen van partners.

Binnen het theoretische GEM-model gebruikt de Somatische Regisseur* (5D) deze informatie bij het organiseren van beweging. De beoefenaar kan deze informatie gebruiken om de richting, timing en uitvoering van een beweging af te stemmen op de omgeving en het gekozen bewegingsdoel.

1. WAT (Het Systeem):

Buitenwaarneming* (exteroceptie*) is het waarnemen van prikkels uit de omgeving via de zintuigen, zoals zien, horen, ruiken, proeven en het voelen van aanrakingen.

Binnen het theoretische GEM-model levert de buitenwaarneming* informatie over de omgeving. Deze informatie vormt een onderdeel van de context* waarin een beweging plaatsvindt. De GEM Method ordent deze informatie aan de hand van drie modelspecifieke elementen:

  • De Ruimtelijke Richting (Ruimte): Informatie over de omgeving, zoals de danszaal, andere personen en voorwerpen, en over de ruimtelijke positie van het lichaam ten opzichte van deze omgeving.
  • De Timing (Tijd): Informatie over geluiden en muziek, waaronder ritme en tempo*.
  • De Relatie: Informatie over andere personen, hun bewegingen en aanrakingen, zoals de druk van de hand van een danspartner of het contact met een voorwerp.

Deze drie elementen vormen samen een conceptuele ordening binnen het GEM-model. Ze vervangen de biologische indeling van de zintuigen niet, maar bieden een GEM-specifiek kader om informatie uit de omgeving binnen de GEM Method te beschrijven.

Visueel anker: 🟡 Geel — staat binnen de GEM Method voor richting en actieve verandering in de ruimte.

2. HOE (De Verwerkingsruimte en het Filtersysteem):

Gedurende de dag ontvangt een persoon via de buitenwaarneming* een grote hoeveelheid informatie uit de omgeving. Het zenuwstelsel* selecteert en verwerkt deze informatie via automatische filteringsprocessen, die mede bepalen welke prikkels op een bepaald moment prioriteit krijgen en worden doorgegeven (Saalmann & Kastner, 2011). Welke informatie in het bewustzijn doordringt, verschilt per persoon en per situatie. Wanneer de aandacht sterk op omgevingsprikkels is gericht, kunnen signalen uit andere waarnemingssystemen, zoals die uit de lichaamswaarneming* (proprioceptie*) en de binnenwaarneming* (interoceptie*), minder sterk bewust worden waargenomen.

Binnen de GEM Method gebruikt de beoefenaar de ‘MT’-Schakelaar* in combinatie met de mentale lens van de C.A.F.-formule* (Concentratie, Aandacht en Focus) om de aandacht bewust te richten op relevante signalen. Door de zintuiglijke waarneming en de aandacht doelgericht te sturen, kan de beoefenaar informatie uit het eigen lichaam en de omgeving selecteren en met elkaar in verband brengen. Binnen het theoretische GEM-model biedt de Somatische Regisseur* (5D) een structuur om deze informatie bewust te organiseren en te gebruiken bij het aansturen van de beweging.

3. WANNEER & WAAROM (De Modelmatige Route van het Gesloten Circuit)

Binnen het theoretische GEM-model brengt de Somatische Driehoek* de drie vormen van waarneming — buitenwaarneming*, binnenwaarneming* en lichaamswaarneming* — met elkaar in samenhang. De GEM Method beschrijft deze samenhang als een gesloten circuit. Binnen dit model wordt de doorlopende, conceptuele route als volgt weergegeven:

[Buitenwaarneming / Context] ➔ [Binnenwaarneming / Energie] ➔ [Lichaamswaarneming* / Vorm en potentiële kracht*] ➔ [Terugkoppeling naar Buitenwaarneming* / Context]*

Deze route dient binnen de GEM Method als een theoretisch denkkader om te onderzoeken hoe informatie uit de omgeving kan samenhangen met de interne toestand en de organisatie van beweging. De weergegeven volgorde beschrijft een specifieke route binnen het GEM-model en is geen algemeen vastgestelde, dwingende biologische volgorde van de menselijke waarnemingssystemen. In het dagelijks leven en tijdens het bewegen kunnen deze systemen gelijktijdig actief zijn en informatie in wisselende volgordes aan het zenuwstelsel* doorgeven.

Binnen de training helpt deze modelmatige route de beoefenaar om de relaties tussen de context*, de beschikbare energie en de bewegingskeuzes stap voor stap te ontdekken en te onderzoeken. De terugkoppeling maakt daarbij inzichtelijk hoe een uitgevoerde beweging en de daaruit voortkomende waarneming invloed kunnen hebben op een volgende bewegingskeuze.

4. VOOR WIE (De Doelgroep):

Dit platform is ingericht voor individuele sporters, dansers en artiesten die hun lichamelijke expressie* bewuster willen waarnemen en reguleren, zich verder willen ontwikkelen of hun bewegingsmogelijkheden opnieuw willen ontdekken.
Binnen de dans helpt het model om de 10 Grote Bewegers* te onderzoeken in relatie tot de luchtpaden*, de vloerpaden* en de timing van beweging in de ruimte.

De methodiek kan daarnaast worden gebruikt door personen die hun lichaamswaarneming* en balans willen onderzoeken en oefenen. Bij specifieke medische klachten, hersteltrajecten of neurorevalidatie* is de toepassing afhankelijk van de individuele situatie en eventuele professionele begeleiding. De oefeningen zijn bedoeld ter ondersteuning van het algemene lichaamsbewustzijn en vormen geen vervanging voor medische behandeling.
Ook getrainde waarnemers, zoals coaches en therapeuten, kunnen de GEM-terminologie en observatiecriteria gebruiken om bewegingspatronen systematisch te beschrijven en te analyseren.

5. HET DOEL (De 5D-Regie):

Binnen het theoretische GEM-model beschrijft de Somatische Regisseur* (5D / het bewustzijn) de samenhang tussen de binnenwaarneming*, gedachten en de waarneming van de buitenwereld. Door de zintuiglijke aandacht bewust te richten op micro-nuances* via klein kijken*, klein luisteren* en klein voelen*, ontdekt de beoefenaar signalen die eerder mogelijk niet bewust werden waargenomen.

Vervolgens onderzoekt de beoefenaar deze signalen en leert ze gerichter te onderscheiden van andere prikkels. Binnen de GEM Method ondersteunt deze aanpak het onderzoeken en ontwikkelen van de bewuste bewegingskwaliteit.
De thalamus*, die betrokken is bij het doorgeven en reguleren van sensorische informatie, vormt een onderdeel van de biologische context waarin deze waarnemingsprocessen plaatsvinden.

The GEM

De GEM Methode is een holistische aanpak, gecreëerd en ontwikkelt door Ton Greten. GEM staat voor Greten Equation Movement. Het is gebaseerd op de  wederzijdse en wederkerige relatie tussen drie variabelen. De performance of Vorm, Expressie and Dynamiek gecombineerd resulteren in een bepaalde Persoonlijkheid.

Persoonlijkheid = Vorm + Expressie + Dynamiek; P = V+E+D (V.E.D.)

Scroll naar boven