Interoceptie* (De Bron / Energie — Binnenwaarneming*)
GEM-Kern:
Binnen de GEM Method verwijst de binnenwaarneming (interoceptie*) naar het waarnemen van signalen uit het eigen lichaam. Neurowetenschappelijke literatuur beschrijft de samenhang tussen interne lichamelijke signalen, gevoelens en bewustzijn [Damasio, 2010]. Binnen het theoretische GEM-model wordt deze binnenwaarneming* verbonden met De Bron*: de interne lichamelijke processen en signalen die binnen het platform een rol spelen bij de energiebeleving, emoties en de opbouw van een bewuste actie.
💡Waarom starten we bij de binnenwaarneming?
Binnen de GEM Method vormt de binnenwaarneming (interoceptie*) een fysiologisch uitgangspunt. Dit helpt de beoefenaar om oordeelvrij waar te nemen welke signalen het lichaam op dat moment afgeeft, voordat er binnen de training een bewuste beweging in de ruimtetijd* wordt ingezet.
1. WAT (Het Systeem en de Biologische Basis)
Binnen de GEM Method verwijst de binnenwaarneming (interoceptie*) naar het biologische zintuigsysteem dat signalen uit het eigen lichaam registreert. Dit sensorische* systeem verwerkt doorlopend informatie over lichamelijke processen, zoals ademhaling, hartslag, lichaamstemperatuur en signalen die samenhangen met interne spanning en ontspanning.
Waar lichaamswaarneming (proprioceptie*) informatie geeft over stand en beweging van lichaamsdelen, geeft binnenwaarneming (interoceptie*) informatie over de toestand en processen in het lichaam. Deze informatie is onder meer afkomstig uit organen, bloedvaten en andere interne weefsels en wordt verwerkt door het communicatienetwerk (het zenuwstelsel*). Hoewel proprioceptie* en interoceptie* onderscheiden vormen van waarneming zijn met verschillende functies, werken de systemen binnen het lichaam nauw met elkaar samen.
Binnen het theoretische GEM-model worden deze interne lichamelijke processen en signalen verbonden met De Bron*. Dit specifieke GEM-begrip verwijst naar de interne biologische processen die binnen de GEM Method een rol spelen bij het registreren en ervaren van lichamelijke signalen, de eigen energiebeleving en emoties, en bij de voorbereiding van een bewuste actie.
2. HOE (De Modelmatige Werking):
Binnen de GEM Method functioneert de binnenwaarneming (interoceptie*) als een biologisch uitgangspunt voor de training. Sensorische receptoren in organen en weefsels registreren signalen uit het lichaam en geven deze via het communicatienetwerk (het zenuwstelsel*) door aan het hoofdbedieningspaneel (de hersenen*). Daar wordt informatie over de interne lichamelijke toestand verwerkt.
Binnen de GEM Method leert de beoefenaar deze signalen bewust waar te nemen, zonder er direct een smaakoordeel of prestatiedruk aan te koppelen. Binnen het theoretische GEM-model staat De Bron* voor de innerlijke lichamelijke toestand en de ervaren energie van waaruit de beoefenaar beweging en creatieve expressie* kan opbouwen en doseren.
Binnen dit model wordt de relatie tussen de interne lichamelijke toestand en de spierdynamieken* (4D) onderzocht aan de hand van drie lichamelijke hoofdvariabelen (fysiologische* variabelen): ademhaling, hartslag en adrenaline. Deze variabelen hebben elk een eigen functie en kunnen de voorbereiding en uitvoering van beweging beïnvloeden. Hoewel ademhaling en hartslag biologische processen zijn en adrenaline een hormoon is, worden ze binnen de GEM Method samen ingezet om de lichamelijke activatie te onderzoeken. Dit betekent niet dat de drie variabelen biologisch op dezelfde manier werken of dat ze afzonderlijk altijd een specifieke bewegingsreactie veroorzaken.
De drie lichamelijke hoofdvariabelen
1. De Ademhaling (De Regelaar)
De ademhaling draagt bij aan de zuurstoftoevoer en hangt samen met de regulatie van de spierspanning (spiertonus*). Tijdens een fysieke krachtsinspanning kan een bewuste uitademing helpen om de inspanning en spierspanning te coördineren. Het inhouden van de adem kan de druk in de borst- en buikholte verhogen en bijdragen aan de stabilisatie van de romp. Binnen het GEM-model wordt de ademhaling onderzocht in relatie tot de spierdynamieken* (4D) en de mechanische organisatie van het lichaam (3D).
2. De Hartslag (Het Ritme)
De hartslag geeft informatie over de lichamelijke activiteit en kan veranderen door inspanning, spanning en emotie. De beoefenaar leert de hartslag als een intern ritme waar te nemen en deze waarneming te verbinden met de ervaren intensiteit en veranderingen in de spierdynamieken* (4D). De hartslag vormt daarbij een bron van informatie over de actuele lichamelijke toestand.
3. Adrenaline (De Impuls)
Adrenaline is een hormoon dat onder meer een rol speelt bij de lichamelijke reactie op fysieke of mentale spanning. Deze reactie kan de alertheid en de voorbereiding op actie beïnvloeden. Binnen de GEM Method leert de beoefenaar signalen van deze lichamelijke activatie via de binnenwaarneming* waar te nemen en te verbinden met de lichaamswaarneming* (proprioceptie*). Zo kan de beoefenaar onderzoeken hoe deze activatie wordt ingezet bij het organiseren en doseren van bewegingskracht, bijvoorbeeld in een plotselinge (🔴) spierdynamiek*.
3. WANNEER & WAAROM (De Biologische Startmotor en de samenhang):
Binnen de GEM Method leert de beoefenaar aandacht te geven aan de binnenwaarneming* tijdens rustmomenten, overgangen en de voorbereiding op een bewuste beweging in de ruimtetijd*. Door naar het eigen lichaam te luisteren, leert de beoefenaar veranderingen in de lichamelijke toestand op te merken.
Binnen de GEM Method wordt de binnenwaarneming* verbonden met De Bron*. Dit GEM-begrip gaat over wat er vanbinnen in je lichaam gebeurt en hoe je je energie en emoties ervaart. Deze ervaringen kunnen invloed hebben op hoe je een beweging voorbereidt, uitvoert en aanpast, en hoe je jezelf door beweging uitdrukt.
De GEM-formule P = V + E + D staat voor Persoonlijkheid = Vorm + Expressie + Dynamiek. Binnen GEM wordt de binnenwaarneming* verbonden met Expressie (E) en Dynamiek (D).
Wetenschappelijk onderzoek beschrijft verbanden tussen signalen uit het lichaam, gevoelens en bewustzijn (Damasio, 2010). De manier waarop GEM deze verbanden verbindt met De Bron*, de GEM-formule en somatische autonomie* is onderdeel van de GEM Method. Damasio heeft deze specifieke toepassing van GEM niet onderzocht.
Door de binnenwaarneming* bewust te onderzoeken, zonder direct een smaakoordeel* te vormen, ontdekt de beoefenaar de eigen lichamelijke toestand en de veranderingen die daarin optreden. Deze ontdekking vormt een vertrekpunt voor het onderzoeken van de eigen lichamelijke belasting en het ontwikkelen van somatische autonomie*.
4. VOOR WIE
De Doelgroep en de Connectie met Empathie
De GEM Method is bedoeld voor iedereen, van de jonge beginner tot de ervaren beoefenaar. De methode ondersteunt dansers, sporters en artiesten bij het ontdekken van de eigen lichamelijke signalen en het onderzoeken van de rol die deze signalen spelen bij beweging, fysieke prestaties en expressie*.
Getrainde waarnemers en lichamelijke reacties
Daarnaast is de methode bedoeld voor getrainde waarnemers, zoals coaches, danspartners en therapeuten, die letten op de bewegingen van een ander. Wanneer een waarnemer via de buitenwaarneming* (exteroceptie*) de expressie* van een ander registreert, kan het eigen lichaam daarop reageren. Dit kan merkbaar zijn in de ademhaling, de hartslag of de spierspanning (spiertonus*). Het waarnemen en onderzoeken van zulke reacties kan bijdragen aan het inzicht in de relatie tussen lichamelijke waarneming en empathie*.
Hersteltrajecten en ondersteuning
De GEM Method kan ook dienen als ondersteunend denkkader voor mensen in een hersteltraject, bijvoorbeeld binnen neurorevalidatie*. Daarnaast biedt de methode therapeuten een structuur om de binnenwaarneming* (interoceptie*) en de lichamelijke ervaringen van de beoefenaar te onderzoeken.
5. HET DOEL
De Somatische Autonomie* en de 5D-Regie*
Het doel van de GEM Method is het ontwikkelen van somatische autonomie*: het vermogen om de eigen lichamelijke signalen waar te nemen en deze informatie zelfstandig te gebruiken bij het kiezen en aansturen van beweging en expressie*.
De beoefenaar leert de eigen mogelijkheden te ontdekken, te onderzoeken en te ontwikkelen. Daarbij staan de individuele verschillen en de samenhang tussen de verschillende bouwstenen van het bewegen centraal.
De mentale lens: C.A.F.*
C.A.F.* staat voor Concentratie, Aandacht en Focus. De beoefenaar gebruikt deze drie elementen om de waarneming bewust te richten op informatie uit het eigen lichaam en de omgeving.
Door klein kijken*, klein luisteren* en klein voelen* leert de beoefenaar micro-nuances* te ontdekken en te onderzoeken. De waargenomen informatie vormt het uitgangspunt om verschillen, veranderingen en mogelijkheden tijdens het bewegen te herkennen.
De Bron*: het individuele energiepotentieel
Binnen de GEM Method verwijst De Bron* naar het individuele energiepotentieel, beschouwd vanuit de samenhang tussen biologische processen, lichamelijke conditie, leefstijl en omgeving.
Factoren zoals voeding, slaap, ademhaling, training, gezondheid en mentale toestand verschillen per persoon en kunnen gedurende het leven veranderen. Daardoor verschillen ook de omstandigheden waaronder iemand energie kan benutten.
Binnen het GEM-model vormt De Bron* het uitgangspunt voor het onderzoeken van de relatie tussen energiepotentieel, potentiële kracht*, Vorm* en Dynamiek*. De Bron* bepaalt niet op zichzelf de uiteindelijke beweging. Ook de lichamelijke toestand, de waarneming, de kennis en de keuzes van de beoefenaar spelen een rol in de manier waarop de bouwstenen worden benut en georganiseerd.
De bouwstenen en de interne landkaart*
De interne landkaart* verwijst binnen de GEM Method naar de informatie die de beoefenaar over de eigen lichamelijke toestand en beweging onderzoekt. Door lichamelijke signalen waar te nemen, kan de beoefenaar veranderingen ontdekken en deze in verband brengen met de eigen beweging en expressie*.
Binnen het GEM-model vormen De Bron*, potentiële kracht*, Vorm* en Dynamiek* samen de bouwstenen van de uiteindelijke beweging. Hun onderlinge verhouding en de manier waarop ze worden benut, dragen bij aan de vorm die ontstaat.
Ieder lichaam reageert op een eigen manier op lichamelijke belasting, training, herstel en omgevingsfactoren. Daarom onderzoekt de beoefenaar de eigen reacties en mogelijkheden, zonder vooraf één vaste uitkomst als uitgangspunt te nemen.
De voorbereiding en de Somatische Regisseur*: de 5D-Regie*
De Somatische Regisseur* verwijst binnen de GEM Method naar de 5D-regie*: het bewust organiseren en aansturen van informatie tijdens het bewegen. De beoefenaar brengt de waarneming van de eigen lichamelijke toestand, de driedimensionale Vorm* en de vierdimensionale spierdynamieken* samen binnen de ruimtetijd*.
Met behulp van C.A.F.* richt de beoefenaar de waarneming op de beschikbare informatie. De combinatie van waarnemen, kennis en gemaakte keuzes draagt bij aan de manier waarop potentiële kracht*, Vorm*, snelheid*, tempo* en Dynamiek* worden ingezet en georganiseerd.
Dit proces kan ook worden gebruikt bij de voorbereiding op een beoogde prestatie. De beoefenaar leert de eigen lichamelijke reacties te herkennen en de voorbereiding af te stemmen op de activiteit en de individuele mogelijkheden, zelfstandig of met ondersteuning van een deskundige.
Somatische Autonomie* is het vermogen om steeds zelfstandiger met deze informatie en mogelijkheden om te gaan. De unieke samenstelling van de bouwstenen, de lichamelijke waarneming, de kennis en de keuzes van de Somatische Regisseur* geven samen richting aan de uiteindelijke vorm van de beweging en expressie*.
Het doel van de GEM Method is niet één universele bewegingsuitkomst, maar het ontdekken, onderzoeken en ontwikkelen van de individuele mogelijkheden tot bewegen en expressie* voortkomen.
